260709 Paviljoen ROAM wint European Circular Economy Award | Een mooie samenwerking MBO en HBO

 

Het circulaire paviljoen ROAM, gebouwd door studenten van de Hanze en het Alfa-college, is uitgeroepen tot winnaar van de EDA Circular Economy in Construction Award. Het gebouw aan de Zernikelaan, voor negentig procent gemaakt van circulaire materialen, wordt onder meer gebruikt als expositieruimte en als ontmoetingsplek.

Tekst: Jan Willem Kerssies
Foto gebouw: Piet ZijlstraStan Herder (Hanze) en George Maxi (Alfa College) namen in Dublin de award namens het volledige studententeam in ontvangst. De award, speciaal voor studenten, is een initiatief van de European Demolition Association (EDA) en is bedoeld om innovatie in sloop, sanering en recycling te stimuleren. De prijs benadrukt de cruciale rol van de circulaire economie in de bouwsector en moet tegelijkertijd de volgende generatie professionals stimuleren om met het thema aan de slag te gaan.

Het project was unaniem als winnaar aangewezen tijdens de Nederlandse finale. De jury, onder leiding van Jacqueline Cramer, prees toen vooral de synergie tussen de verschillende onderwijsniveaus en de praktische toepasbaarheid van het project. Cramer: “De samenwerking tussen hbo en mbo, tussen denken en doen, en het feit dat het project de hele keten beslaat, van circulaire sloop naar nieuwe toepassing binnen de kringloop, maakt dit een sterk en inspirerend voorbeeld.”

Van het prijzengeld wordt een activiteit georganiseerd voor het volledige studententeam, als dank voor hun bijdrage aan dit succesvolle project van BuildinG, Kenniscentrum NoorderRuimte en de opleiding Built Environment.

Vloer uit de tabaksfabriek

De architect van het gebouw is docent-onderzoeker en architect Pieter Omlo. Sr. Projectleider Piet Zijlstra begeleidde vanuit de Hanze studenten bij de bouw van ROAM. “Zoals je kunt zien zijn we nu bezig met het leggen van de vloer”, vertelde Zijlstra twee dagen voor de opening.

“Deze vloer komt uit de Niemeyer Tabaksfabriek in Groningen en is door studenten zelf gedemonteerd. Dat was nog best een lastig klusje omdat er veel spijkers in het houten parket zaten.” Het hele gebouw bestaat voor negentig procent uit circulaire materialen. Zijlstra: “De wanden komen van twee verschillende locaties. We hebben een houten gebouw op de campus bij BuildinG gedemonteerd en materialen gebruikt van een gebouwtje van het Alfa College. Studenten hebben een materialenpaspoort en een scan gemaakt van alle materialen. Vervolgens zijn de gebouwen gedemonteerd en opnieuw opgebouwd aan de Zernikelaan.

De houten vlonder om het gebouw is geschonken door het bedrijf De Boer en De Groot en afkomstig van het project Rijkssteigers in Marken.”

De naam ROAM is niet toevallig gekozen en heeft een dubbele betekenis. “Het gebouw fungeert als een venster naar de innovaties van de wereld van morgen. In het Gronings noemen we een venster roam. Als je het op zijn Engels uitspreekt dan betekent roam rondzwerven, dus de vrijheid om een kijkje te nemen en je te laten inspireren door nieuwe ideeën”, aldus Zijlstra.

Vijftien plantensoorten 

Op het groene dak van ROAM groeien vijftien plantensoorten. Regenwater wordt gebruikt om de plantjes water te geven. Er is bewust gekozen voor een verscheidenheid aan soorten, vertelt Zijlstra. “Naast dat het goed is voor de biodiversiteit, willen we dat er in ieder jaargetijde plantjes in bloei staan. Het gebouw heeft zo altijd een mooi aangezicht.” Een ander bijzonder element is de groene wand bestaande uit klimplanten. “Het gaat om een eerste uitvoering en naast de planten heeft de wand een zonnepaneel. De energie die we hiermee opwekken gebruiken we om een waterpompje te laten draaien. Het pompje zorgt voor de toevoer van water naar de planten.”

Zijlstra geeft aan dat door middel van metingen verschillende zaken onderzocht worden. “Voor het dak gebruiken we 18 centimeter dik isolatiemateriaal van hennep. We willen natuurlijk weten of het isolatiemateriaal en de groene daken en wanden helpen om het gebouw koel te houden in de zomer. Daarnaast onderzoeken we ook hoe bezoekers zelf het gebouw ervaren. We maken in het gebouw bewust geen gebruik van bekleding om het een authentieke belevenis te geven. We zijn heel benieuwd hoe gebruikers dit zelf ervaren.”

Interview in Cobouw | ‘Maak witte snelwegen, dat scheelt verlichting en is óók veilig’

 

Ze gingen net uit. Nu gaan ze weer aan. De lichtmasten langs 550 kilometer snelweg.

De Groningse slimmesnelwegondernemer Piet Zijlstra verbaast zich erover. Hij dringt aan op meer lichtgevend asfalt. “Gisteren zijn er nog metingen gedaan in de Maastunnel. Het presteert uitstekend.”

Piet Zijlstra is eigenaar van Polyciviel. Hij pioniert al jaren met lichtreflecterend asfalt en wijst opdrachtgevers op de voordelen ervan. Cobouw belt hem, want Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, wil de verlichting langs snelwegen weer aan doen. Is dat wel zo verstandig?

De lampen langs Rijkswegen gaan weer aan. Dat moet toch op zijn minst pijn doen aan uw ogen?
“Ja, weet je. Ik verbaas me er een beetje over. Ik zal niet zeggen dat het licht overal uit moet, want dat kan best onveilig zijn bij weefvakken en aansluitingen. Bovendien is lichtreflecterend asfalt ook niet altijd zaligmakend. Maar je kunt wel veel andere dingen doen. Persoonlijk vind ik 130 per uur rijden te ver gaan. Nederland is daar te klein voor. Als ik mijn cruise control op 122 zet, rijd ik ook veel relaxter.”

De minister zegt dat het onveilig is, in het donker rijden…
“Als je te weinig licht hebt, is dat ook zo. Ook ik ben ervan overtuigd dat je voldoende zicht moet hebben, maar dat kun je ook bereiken met lichtreflecterende wegen. In Scandinavië zie je die veel, ook omdat witte steenslagen daar veel voorkomen. In die landen zijn toevallig ook de minste verkeersdoden.”

Meer witte wegen dus. Is al bewezen dat het werkt?
“Zeker het leidt tot een flinke besparing op de energierekening tot wel 30 procent. Voor de Gaasperdammertunnel heb ik tot in den treure zelf onderzoek gedaan met Rijkswaterstaat. Daar komt het wit reflecterend asfalt over een lengte van 3 kilometer over tien rijstroken. Die weg gaat in 2020 open en is het eerste grote project.”

Onder de foto gaat het interview verder

 

Lichtreflecterend asfalt in de Gaasperdammertunnel

 

Hij vervolgt.

“Bij de Maastunnel (zie foto onderaan) passen we geel reflecterend asfalt toe, die steenslag komt net over de grens vandaan. Geel? Een stukje nostalgie. Die kleur verwijst naar de gele stenen waarmee de tunnel ooit is gemaakt. Gisterennacht zijn daar weer metingen gedaan: het presteert uitstekend.”

Aan en uit

“Het licht langs snelwegen gaat uit”, was in 2013 nog de boodschap van Rijkswaterstaat. Op die manier zou de beheerder van wegen flink geld besparen op onderhoud. Krap zes jaar later is het tij gekeerd.

Donkere wegen zijn gevaarlijk, oordeelt de minister van Infrastructuur en Waterstaat, en dus gaat de verlichting ’s nachts weer aan over een lengte van 550 kilometer.

Eigenlijk was het de bedoeling om verlichting over een lengte van ongeveer 2000 kilometer uit te doen. Zo ver is het nooit gekomen. Overigens is het niet zo eenvoudig om lantaarnpalen weer aan te doen. Eerst moeten de effecten op flora en fauna worden onderzocht.

Het klinkt als de definitieve doorbraak. Spannend?
“Ja. Ik vind het ook fijn dat Rijkswaterstaat er nu bij is betrokken. In 1975, bij Roermond, was het ooit de eerste opdrachtgever van lichtreflecterend wegdek, maar toen speelde energiebesparing nog nauwelijks een rol en viel het een beetje stil. Inmiddels is het vaker toegepast, onder meer in de provincie Groningen en in Utrecht. Bijkomend voordeel is dat het minder heet wordt in de zomer. Dat scheelt onderhoud.”

Goed voor de portemonnee, goed voor het milieu. Waarom zien we dan overal nog gitzwarte wegen?
“Er komen steeds meer stukjes weg bij. Maar het is ook wel een kunstje om het goed te doen. Dat heeft bijvoorbeeld met walsprotocollen te maken en de juiste steenslagen, die vragen extra aandacht. Met de weerstand vanuit de markt valt het wel mee.”

Moeilijker aan te leggen, is het ook duurder?
“Ietsje. Maar als je minder onderhoud hebt en omdat je bespaart op verlichting verdien je dat binnen no-time terug.”

De minister gaat het licht weer aan doen langs 550 kilometer snelweg. Misschien breken er ook wel mooie tijde voor u aan?
“Dat zou mooi zijn. Nee, ik ga haar geen brief sturen, ik wacht het rustig af. Deze oplossing is overigens ook beter voor de flora en fauna en de vleermuizen. Lichtreflecterend asfalt licht alleen op als er koplampen op schijnen.”

Wat zijn tot slot de nieuwste trends op het gebied van slimme wegen?
“In Groningen zijn we druk bezig met een innovatieproeftuin voor allerlei typen asfalt die we gaan testen en onderzoeken met de Hanzehogeschool en Rijksuniversiteit. Zo gaan we ook aan de slag met C02-absorberend asfalt, een soort dat CO2 als het ware opvreet. Dat biedt waarschijnlijk ook een oplossing aan de mogelijke nadelen van elektrische auto’s. Als het waar is dat ze meer fijnstof veroorzaken, dan rekent CO2-absorberend asfalt daar nog beter mee af.”

 

Het gele en lichtgevende wegdek in de Maastunnel is deze week nog getest.

150913 Terugblik op Project reflecterende markeringen van PolyCiviel op de vergevingsgezinde fietssnelweg Sneek – Jutrijp N354 voor Prov Fryslân omdat er weer veel vraag naar is.

 

Project:

In opdracht van de Provincie Fryslân heeft PolyCiviel advies gegeven, werkvoorbereiding, uitvoering en toezicht gedaan voor het project reflecterende markeringen op de vergevingsgezinde fietssnelweg Sneek – Jutrijp N354.

Wat is een vergevingsgezind fietspad?
Op een vergevingsgezind fietspad gebeuren minder enkelvoudige ongevallen en de ongevallen die toch nog optreden hebben een minder ernstige afloop. Een vergevingsgezind fietspad nodigt daarbij van nature uit tot wenselijk fietsgedrag (‘self explaining fietspad’) en werkt waar nodig foutcorrigerend en letselbeperkend. Daarbij houdt het vergevingsgezinde fietspad goed rekening met de beperkingen en capaciteiten van oudere fietsers en is ook veiliger voor jongere fietsers.

Meer info over de toepassingen vind je hier

De opdracht:
De opdracht kwam op de laatste dag voor de bouwvakantie 2015 en op 10 september moest alles al gereed zijn.
Dat betekende snel organiseren en vanaf 11 augustus inkoop en bestellingen vastleggen.
Het weer zat bepaald niet mee. Maar door flexibele opstelling van de partijen hebben we alles keurig binnen de gegeven tijd en binnen het budget kunnen aanbrengen.

Deeltrajecten van de opdracht:
We hebben in verschillende deeltrajecten diverse markeringen aangebracht:
Deeltraject 1A Geen markering
Deeltraject 1B Streep 0,30-2,70 m1 Wegmarkeringstape 3M-A380 (0,05 m1) weerszijden
Deeltraject 2A Streep 0,30-2,70 m1 Wegmarkeringstape 3M-A380 (0,05 m1) Linkerzijde
Deeltraject 2A Streep 0,30-2,70 m1 Glowmarkering (0,05 m1) Rechterzijde
Deeltraject 2B Streep 0,30-2,70 m1 Wegmarkeringstape 3M-A380 (0,05 m1) Linkerzijde
Deeltraject 2B Streep Vol Glowmarkering (0,05 m1) Rechterzijde
Deeltraject 2c Streep Vol Glowmarkering (0,05 m1) Weerszijden
Deeltraject 3 Slijtlaag Luxovit (0,30 m1) op asfalt Weerszijden
Deeltraject 3 Slijtlaag Luxovit (0,30 m1) op beton Weerszijden

Op 2 plaatsen kruist de parallelweg voor landbouwverkeer de fietssnelweg.
Hier is op beide wissels een Luxovit slijtlaag aangebracht om in het donker goed zicht te hebben op het kruisende fietsverkeer.

Luxovit:

Luxovit is een hoogreflecterende steenslag die ook onder natte weersomstandigheden dezelfde reflectie-eigenschappen behoud.
Luxovit zorgt in dit project voor een hoog contrast tussen berm en fietspad overdag en met de huidige fietsverlichting tevens in het donker een duidelijke overgang tussen materialen.
Ook op grijs beton is het contrast aanzienlijk, zeker als beton nat is. Nat beton heeft lichttechnisch bijna dezelfde eigenschappen als donker asfalt.

Uitvoering:

De Wekgmarkeringstape 3M-A380 is omwille van de tijd aangebracht en uitgevoerd door PolyCiviel en Light Surface Control.
De Glow in the Dark belijning is aangebracht door NWM Oosterwolde.
De reflecterende slijtlagen zijn aangebracht door Oosterhof Holman Wegenbouw Grijpskerk.
PolyCiviel was verantwoordelijk voor de gehele coördinatie van inkoop tot en met uitvoering en toezicht.

Het doel:

Verkeersveiligheid valt in Fryslân onder de verantwoordelijkheid van het Regionaal Orgaan verkeersveiligheid Fryslân (ROF). De missie van het ROF is: het bevorderen van de verkeersveiligheid in Fryslân. Het ROF is een onafhankelijk overlegplatform voor organisaties die zich in Fryslân inzetten voor het verhogen van de verkeersveiligheid. Gedeputeerde Sietske Poepjes (nu Burgemeester in Wijhe) was voorzitter van het ROF. Samen met de Fietsersbond, Ministerie van I. en M. , de Rijksuniversiteit Groningen en RHDHV is er onderzoek naar de inrichting van o.a. dit vergevingsgezind fietspad. Prof. Dr. Dick de Waard van de RUG heeft fietsende 50+’ers, die een stukje willen fietsen op het nieuwe fietspad tussen Sneek en Jutrijp op vrijdag 11, zaterdag 12 september met 2 camera’s uitgerust en gevraagd naar hun bevindingen met betrekking tot de aangebrachte markeringen.

Onderzoek prof Dick de Waard met fietsers

260707 ProFundGI onderzoekt of GI kan bijdragen aan bescherming van diepe en ondiepe funderingen door satellietdata (bijv. InSAR, optisch, bodemvocht) te combineren met veldmetingen en geotechnische- en funderingsgegevens in diverse stedelijke proefgebieden

 

ProFundGI (Proactief Funderingen beschermen met Groene Infrastructuur, internationaal werkzaam als ProFoundGI) onderzoekt hoe groene infrastructuur kan bijdragen aan het verlengen van de levensduur van diepe en ondiepe funderingen in Nederlandse steden.

Aanleiding

Nederlandse steden hebben te maken met toenemende funderingsrisico’s als gevolg van laag grondwater, krimpende klei en bodemdaling, versterkt door klimaatverandering. Tegelijkertijd wordt groene infrastructuur (GI) geïmplementeerd voor hittestress, biodiversiteit en regenwaterbeheer. Toch blijft er een kritische vraag: kan GI ook bodemdaling verminderen en diepe en ondiepe funderingen beschermen?

Doel van het project

ProFundGI onderzoekt of GI de levensduur van diepe en ondiepe funderingen kan verlengen (Levensduurverlenging gebouwde omgeving) en klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen ondersteunt (Klimaatadaptief, natuurinclusief en omgevingsbewust bouwen). Het project koppelt GI aan circulaire strategieën (Circulaire bouw en infrastructuur) en levert ruimtelijke instrumenten en richtlijnen gebaseerd op satelliet-, veld- en geotechnische data.

Korte omschrijving van de activiteiten

ProFundGI onderzoekt of GI kan bijdragen aan bescherming van diepe en ondiepe funderingen door satellietdata (bijv. InSAR, optisch, bodemvocht) te combineren met veldmetingen en geotechnische- en funderingsgegevens in diverse stedelijke proefgebieden. Het project omvat vier fasen: (1) dataverzameling, (2) analyse & integratie, (3) ontwikkeling van een beslissingsondersteunende GIS-tool en (4) validatie met gemeenten en stakeholders. Deltares coördineert het project en ontwikkelt samen met Aveco de Bondt en RobbyTU de ruimtelijke tool. SkyGeo verzorgt de verwerking van InSAR-data.

WKIB ondersteunt met de koppeling naar waterketendata en praktijkcases. Indymo levert de veldmetingen en sensortechniek. Donkergroen en Polyciviel dragen praktijkervaring bij met het ontwerp en de aanleg van GI-maatregelen. Gemeenten (Gouda, Groningen, Het Hogeland, Rotterdam, Utrecht, Amsterdam) stellen data, pilotlocaties en lokale kennis beschikbaar en nemen deel aan processen van co-design en validatie. De kennisdisseminatie verloopt via Climatescan en klimaatcafés.

Resultaten

ProFundGI levert de volgende resultaten op: (1) een interactieve web-GIS-tool die GI-, satelliet-, veld- en geotechnische gegevens integreert om het GI-potentieel bij het verminderen van funderingsrisico’s te beoordelen; (2) gevalideerde monitoringsmethoden en richtlijnen om gerichte GIS-implementatie voor funderingsbescherming mogelijk te maken; (3) technische en niet-technische verspreiding en outreach via publicaties en klimaatcafés.

Volg deze link voor meer informatie op de site van TKI Bouw en Techniek

260707 Darkersky programma van de Rijksuniversiteit Groningen

 

Het Darker Sky project is gericht op het terugdringen van lichtvervuiling in de Noordzeeregio, een belangrijk milieuprobleem met impact op zowel de biodiversiteit als de menselijke gezondheid. Lichtvervuiling ontstaat door overmatig of slecht gericht kunstlicht, wat de natuurlijke ritmes van dieren verstoort en ecologische verbindingen onderbreekt. Dit internationale samenwerkingsproject brengt 13 partners uit Nederland, Frankrijk, Duitsland en Denemarken samen, waaronder universiteiten, nationale parken, havens en gemeenten.

Innovatieve Verlichtingsoplossingen voor Biodiversiteit

Een van de belangrijkste doelen van Darker Sky is het ontwikkelen van duurzame verlichtingsoplossingen die de negatieve effecten van kunstlicht op de natuur beperken. Het project richt zich op de bescherming van kwetsbare gebieden, zoals de Waddenzee, door donkere ecologische corridors te creëren die de biodiversiteit bevorderen. Demonstrator locaties in Nederland, Frankrijk en Duitsland laten zien hoe deze oplossingen in de praktijk werken en hoe ze kunnen worden toegepast om de natuur te beschermen zonder concessies te doen aan de veiligheid van de mens.

Wetenschap en Samenwerking

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) speelt een sleutelrol in het Darker Sky project, met expertise op het gebied van astronomie en biologie. De RUG is verantwoordelijk voor het meten van de helderheid van de nachtelijke hemel en draagt bij aan het ontwikkelen van beleidsaanbevelingen. Deze kennis wordt gedeeld met andere partners in het project, waaronder lokale overheden en natuurorganisaties, om ervoor te zorgen dat de oplossingen breed toepasbaar zijn.

Darker Sky is niet alleen een technisch en wetenschappelijk project, maar zet ook sterk in op publieksparticipatie. Door middel van bewustwordingscampagnes en citizen science projecten worden lokale gemeenschappen en scholen betrokken bij het monitoren van lichtvervuiling. Op deze manier draagt Darker Sky bij aan het vergroten van het bewustzijn over het belang van duisternis voor zowel het milieu als het welzijn van mensen.

Volg deze link voor meer informatie en een video met PolyCiviel op de site van de RUG

260701 DarkerSky Interreg Nort Sea project Light Pollution Site Lauwersoog in Beeld

 

 

DARKER SKY is an Interreg North Sea project (ERDF funding) which aims at reducing light pollution and increasing biodiversity and ecological connectivityin the North Sea Region (France, Germany, the Netherlands & Denmark) by providing municipalities and ports with innovative measuring, monitoring and co-design methodsfor the implementation of environmentally sound and energy-efficient light reduction  benefitting biodiversity and communities.

Artikel Waterketen Groningen en Drenthe met Piet – Klimaatverandering houden wij niet meer tegen –

 

In onze waterketen weet men Piet Zijlstra inmiddels te vinden.

Klimaatverandering houden wij niet meer tegen

Een groot aantal van jullie kennen hem wel want hij gaf ook de workshops over klimaat en bij ons grote ambtenarenoverleg op 25 mei was hij enthousiast gastspreker. Daarnaast is hij betrokken bij projecten in ons gebied.

Piet is eigenaar van PolyCiviel en werkt als Zzp’er. Daarnaast werkte hij vier dagen in de week voor het kenniscentrum Noorderruimte van de Hanzehogeschool.

In dit artikel vertelt Piet over twee projecten waar hij bij betrokken is in ons gebied.

Monumentale bomen op Grote Markt

“Samen met de gemeente Groningen hebben we een bomengroeiplaats ontwikkeld voor de Grote Markt. De krattenconstructie voor ondergrondse wateropslag voor deze bomen hebben wij samen bedacht met New Urban Standard en de gemeente”, start Piet het gesprek. Elders in deze nieuwsbrief meer over deze krattenconstructie. “Die ondergrondse bomengroeiplaats met kratten en permavoid monitoren we in de klimaatproeftuin van BuildinG op het Zerniketerrein aan de rand van de stad. Ik ben eigenlijk wel verbaast hoe goed die bomen presteren, ook bij lange droge perioden zonder dat je extra water toevoegt. Ik ben er heel trots op en vind het heel fijn dat we zo mooie monumentale bomen op de Grote Markt kunnen plaatsen. Zo verlagen we daar ook enorm de CO₂ uitstoot. En grotere bomen geven meer schaduw tijdens hete periodes. In verband met ziekten en biodiversiteit hebben ze daar verschillende soorten bomen aangeplant.”

Volg deze link voor het hele artikel

PolyCiviel bij BROED4Business, ondernemen met oog voor de natuur

 

Tussen de glooiende bossen van Gaasterland, waar golf en natuur hand in hand gaan, sluiten we het jaar af met een bijzondere editie van BROED; BROED4Business.

Deze bijeenkomst is voor ondernemers, organisaties en professionals die willen ontdekken hoe je als bedrijf kunt bijdragen aan een gezonde leefomgeving mét oog voor biodiversiteit, duurzaamheid en toekomstbestendig ondernemen. En wat dat voor jouw bedrijf kan opleveren.

We ontmoeten elkaar op een plek waar de manier van werken letterlijk in het groen geworteld is: Golfclub Gaasterland, een vereniging die haar 43 hectare niet alleen inzet voor sport, maar ook voor natuurbehoud, biodiversiteit en leefkwaliteit.

Laat je inspireren door drie concrete ondernemersverhalen, ga in gesprek met andere doeners en denkers, en geniet van een feestelijke, biologische lunch met een vleugje kerst.

Programma 9.30 – 14.00 uur (9.00 uur inloop)

– Wat betekent het om als ondernemer verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld om je heen?, door Hilda Feenstra
Spreker en moderator Hilda Feenstra (Local Matters en auteur van het boek ‘Duurzaam zijn moet je durven’) opent de ochtend met inspirerende inzichten over toekomstbestendig en natuurinclusief ondernemen.

– Casus: Dark Sky Park Lauwersmeer, door Piet Zijlstra
Piet Zijlstra (PolyCiviel) laat zien hoe ondernemers bijdragen aan een uniek stukje donkerte in Nederland. Hoe combineer je economische activiteit met rust, natuur en nachtelijke biodiversiteit?

– Casus: Bedrijvenpark Edama, door Ada Kruiter
Ada Kruiter (CirculairActief) vertelt hoe bedrijven samenwerken om van Edama een toekomstbestendig bedrijventerrein te maken, waar water, bodem en biodiversiteit een structurele plek krijgen in het ontwerp.

– Introductie Golfclub Gaasterland
De gastlocatie vertelt hoe zij natuurbeheer en biodiversiteit omarmen als onderdeel van hun beleid en organisatie.

Hele artikel hier

251109 Minder grondstoffen gebruiken: hoe krijgen we dat voor elkaar? Piet Zijlstra en Niels Faber Hanze Week van de Circulaire Economie

Minder grondstoffen gebruiken: hoe krijgen we dat voor elkaar?

Het doel van de overheid om in 2030 de helft minder mineralen, metalen en fossiele grondstoffen te gebruiken gaan we waarschijnlijk niet halen. Dat concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eind februari. Lector Niels Faber en docent en projectleider Piet Zijlstra geven in de Week van de Circulaire Economie hun visie op dit nieuws en hoe we het wel voor elkaar krijgen om minder grondstoffen te gebruiken.

Tekst: Jan Willem Kerssies

Het nieuws dat we de doelstelling voor 2030 niet gaan halen komt voor Faber niet als een verrassing. “In alle eerlijkheid verbaast het mij niet echt. We willen heel graag circulair produceren, maar als je ziet wat voor stappen we zetten dan is dat minimaal”, aldus Faber, lector Transition towards a Circular Economy. In 2050 moet de Nederlandse economie volledig circulair zijn. Dat betekent dat producten en grondstoffen opnieuw gebruikt worden en er bijna geen afval meer is. Zijlstra, docent van de cursus Circulair Bouwen voor professionals en projectleider bij BuildinG, verwacht ook niet dat we deze doelstelling gaan halen. “De 25 jaar die we nu nog voor de boeg hebben gaat te weinig zijn. Je ziet bijvoorbeeld dat wet- en regelgeving en aanbestedingsbeleid niet meebewegen met de ontwikkelingen. De plicht om circulariteit mee te nemen in aanbestedingen ontbreekt. Dat mag best een beetje doorgedrukt worden. Maar ook de kennis van het onderwerp moet omhoog. Je merkt daarnaast dat er soms angst is voor innovatieve aanbestedingsvormen. We doen het op de oude manier waarbij vooral gekeken wordt naar de prijs, terwijl circulariteit prima toe te passen is.”

Faber constateert dat circulariteit niet alleen in de bouw moeizaam van de grond komt, maar ook in andere industrieën. “Er zit wel ontwikkeling in. Je ziet dat producenten steeds vaker de verplichting hebben om te recyclen en producten terug te nemen. Er is onlangs een Europese wet aangenomen waarbij circulariteit meegenomen moet worden in het productontwerp. Producenten worden verplicht om nieuwe producten te maken van zowel nieuwe als gebruikte grondstoffen. Het zijn kleine stapjes waardoor we de juiste kant op gaan. Waar ik nog meer ontwikkeling zou willen zien is in het beperken van de instroom van fossiele grondstoffen en er moet wellicht ook iets gedaan worden aan het prijsbeleid. Circulaire producten moet goedkoper aangeboden worden om de circulaire economie een boost te geven en dat kun je prima in een wet vastleggen.” Volgens Zijlstra wordt er in de bouw nog te weinig ontworpen met de materialen die beschikbaar zijn. “We moeten meer kijken naar welke producten we kunnen hergebruiken. We hebben onlangs het circulaire gebouw ROAM geopend. De showcase aan de Zernikelaan is voor negentig procent gemaakt van circulaire materialen. We hebben het ontwerp voor het gebouw aangepast aan de voorradige materialen.”

Lees ook: Samenwerking tussen mbo en hbo levert circulair gebouw ROAM op

Lees het hele artikel op de site van de Hanze

Recycling komt moeilijk op gang 

Faber ziet weldegelijk dingen veranderen, al zijn het wel kleine stapjes die gezet worden. “In de bouw gebruiken ze steeds vaker biobased materialen. Voor plastic werken we ook aan duurzame alternatieven. Maar voor sommige productgroepen zijn circulaire oplossingen heel lastig, denk bijvoorbeeld aan elektronica. Wat we daar vooral zien is dat recycling nauwelijks van de grond komt. De verbinding tussen het inzamelen en het weer opnieuw toepassen ontbreekt. En dat beeld zie ik bij meer industrieën. Vanuit economisch perspectief zie je nauwelijks interventies op de markt. Je ziet dat grondstoffen tegen dumpprijzen aangeboden worden. Je legt het dan altijd af met een recyclingstrategie.” Wie is verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat we als maatschappij minder grondstoffen gebruiken? Zijlstra: “We zeggen altijd snel de overheid, maar als je kijkt naar de bouw dan hebben de opdrachtgevers ook een grote rol. Maar men moet het ook durven. Als je kijkt naar bijvoorbeeld circulair hout dan willen we altijd alles gecertificeerd hebben. Er is vaak nog angst om hout opnieuw te hergebruiken. Het vertrouwen in het hergebruik van materialen moet omhoog.”

Volgens Faber hebben zowel de overheid, de industrie, als de burger een rol als het gaat om het verminderen van het grondstoffengebruik. “Uiteindelijk is circulariteit een maatschappelijk vraagstuk, en dat betekent dat iedereen zijn rol moet pakken. Ten eerste geldt dat voor de overheid. Zij zorgen voor wet- en regelgeving en hoe we producten beprijzen. Ten tweede de industrie. Ik vind dat de industrie de laatste 50 jaar heeft liggen slapen. De discussie die we nu voeren is al begonnen in 1972. Toen werd al gewaarschuwd dat grondstoffen op raken. Ik zeg niet dat er niks gebeurd is, alleen is er fundamenteel niks veranderd. Ik vind ook dat de maatschappij in brede zin een rol heeft. Burgers moeten kritisch kijken naar wat consumeren we nu eigenlijk, hoe lang doe je met een product, heb ik het echt nodig en wat doe je als je een product vervangt? We hebben als hogeschool ook een rol. We moeten studenten niet alleen vaardigheden aanleren, maar ook verantwoordelijkheden. Dus hoe gaan we om met het vraagstuk consumptie en met de natuur.”

Marktdenken niet altijd overeind houden 

Welke tips hebben Faber en Zijlstra om het tij te keren? Hoe kunnen we minder grondstoffen gebruiken? Faber: “Voor de overheid zou ik zeggen volg het Europese stelsel aan wet- en regelgeving. Doe vooral wat nodig is in het licht van de maatschappelijke opgaven die we hebben. Ideologie mag af en toe wel op een zijspoor gezet worden. Marktdenken is nuttig, maar we moeten het niet in iedere situatie overeind houden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar recycling zien we dat de markt circulaire bedrijven figuurlijk de nek omdraaien. Je ziet dat nieuw plastic veel goedkoper aangeboden wordt dan gerecycled plastic. Daar mag de overheid wel op ingrijpen. Voor de industrie zou ik zeggen begin bij het ontwerp en denk ook na over het verdienmodel. Is het noodzakelijk dat je een product verkoopt of kun je het beter in eigendom houden? Je kunt dan licenties uitgeven voor het gebruik. Dat is niet overal even makkelijk toe te passen, maar het is wel een goede denkrichting. Burgers wil ik vooral oproepen om goed na te denken voordat je spullen koopt. Is het echt nodig of is er een tweedehands alternatief voor handen waarmee je hetzelfde kunt?”

Volgens Zijlstra mogen we ook best wat meer lef tonen. “We hebben dat bij ROAM ook gezien. Het kan best, maar je moet wel het lef hebben om het te doen. Daarnaast moeten we af van het feit dat circulariteit een economische keuze is. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de herinrichting van de Zuidelijke Ringweg in Groningen dan had het percentage circulariteit voor dit project veel hoger kunnen zijn. Maar omdat er te weinig geld was, maakten de betrokken partijen andere keuzes. Daarnaast vind ik ook dat we circulariteit veel meer moeten verankeren in ons onderwijs, dat geldt ook voor de Hanze. Pas het onderwijsprogramma aan op de hedendaagse ontwikkelingen. Dat gaat mij persoonlijk nu nog wat te langzaam.” Daar is Faber het mee eens. “We moeten thema’s als circulariteit en duurzaamheid over de breedte van het onderwijs en onderzoek uitrollen. Voor mijn onderzoeken wil ik me echt richten op de relevante vragen. Dus vooral hoe krijgen we circulariteit van de grond. ROAM is een prachtig voorbeeld van hoe het kan. Alleen wil ik niet één, maar duizend ROAMS zien hier in de omgeving. En dat is een vraagstuk waar we heel slecht uitkomen voorlopig.”